‘er lag een ei zo wit als sneeuw
midden in het gras
en niemand van de dieren wist
van wie dat ei wel was
de kip zei o, ik zie het al
het is een kippenei
en ik ben kip zoals je weet
dat ei is dus van mij…’
Ik heb, zolang als ik me kan herinneren, van lezen gehouden. Mijn oma deed het graag, mijn ouders deden het graag, mijn broer deed het graag - en ik dus ook. Ik kon het me dan ook nauwelijks voorstellen dat mijn toenmalige echtgenoot daar anders over dacht.
Maar mijn kinderen hadden het gelukkig wèl begrepen. Nog voordat mijn kroonprins ook maar één woord kon zeggen (en geloof me, die begon met vier maanden al te praten) las ik hem boekjes voor. In die boekjes kwam een wereld tot leven die zijn fantasie aansprak, en dat was hard nodig voor een jongetje zoals hij.

Eén van zijn eerste favorieten was Het ei van Dick Bruna, waaruit bovenstaand citaat komt. Toen hij wat groter werd ging hij helemaal op in de boeken van Pinkeltje, om vervolgens via de dinosaurussen door te schuiven naar Harry Potter ;-)
De meiden waren ook verzot op voorlezen. Onze zwaan ging helemaal voor Tijs de IJsbeer:

‘Ik vind het eigenlijk wel fijn als je nog even wacht met groot worden’.
‘Waarom dan?’
‘Nou, als je groot bent kan ik je niet meer dragen’, en ze liep terug naar het hol met Tijs op haar schouders.
En toen ze daar wat te groot voor werd schoof ze naar de boeken van Grote Beer en Kleine Beer:
‘Kijk eens, zei grote beer. En kleine beer keek.
Kijk eens, ik heb de maan voor je gehaald. De maan en alle sterren.’
Maar kleine beer hoorde het niet meer. Hij was in slaap gevallen, veilig in grote beers armen.’

Ons dansende meisje was van een nieuwe generatie. Vijf jaar later geboren, dus de keus uit een compleet nieuwe lichting kinderboeken. En hoewel ook zij een warm plekje had voor Tijs de ijsbeer, ging haar voorkeur uit naar Konijntje mijn kleintje:
‘En hoe harder hij zocht naar zijn moeder en zijn vriendjes, hoe alleniger en alleniger hij zich voelde.
Mammie, mammie, waar is mijn mammie?
Mammie, mammie, ik wil mijn mammie!’

Onze kinderboekencollectie breidde zich gestaag uit. En zelfs toen mijn toenmalige echtgenoot mijn ex werd en ik zo ongeveer àlles van de kinderen heb opgeruimd, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de boeken weg te doen. De kinderboeken, waar we zo verschrikkelijk veel plezier hadden beleefd.
Ik kreeg een nieuwe liefde – die ook niet van lezen hield. Ik kreeg een vierde kindje – dat drukker was met klimmen en klauteren dan met lezen. Het is een echt kind van haar vader en over het algemeen vind ik dat geweldig. Maar een kind van mij dat niet van lezen houdt… dat zou eigenlijk onmogelijk moeten zijn.
Vorige week was ik in de kinderkamers bezig met de grote schoonmaak. Traditioneel schuiven we dan de boeken door van de één naar de ander, al naar gelang de leeftijd en de belangstelling. En zo kon het gebeuren dat ik een doos opentrok met allemaal boekjes voor kindjes van een jaar of twee. Een klein plankje op babyhoogte was zó gevuld, en nu maar hopen dat ze alsnòg de boekjes zou ontdekken – en waarderen…
En ja hoor: we lezen weer voor. Het ei, om precies te zijn. En als ze die even zat is wil ze graag Tijs de ijsbeer horen. En als ze daar weer genoeg van heeft dan schuiven we door naar haar eerste echte eigen boek:

Zo vullen we onze dagen met lettertjes. Want ook al lijkt ze verder helemáál niet op mij, ze houdt in ieder geval van lezen!